"Zwaartekracht en...": het verhaal achter de songs

Track #1: Dokter alstublieft

Dit zijn de eerste noten van mijn nieuwe album. Ik hoop vooral dat jullie verrast zullen zijn. Zo van "Huh?" en al. Maar dat laat ik aan jullie over. De tekst gaat over de dagen waarop het malen niet ophoudt. Dagen waarop zelfs de aanwezigheid van een Grote Liefde niet voldoende lijkt te zijn.
Mij lijkt het nogal logisch dat we niet elke dag, uur na uur, diep en intens gelukkig kunnen zijn. Ik geloof nogal in de theorie van 'geen pieken zonder dalen'. Alleen accepteert onze maatschappij dat niet. We moeten en zullen ons te pletter genieten en onvermoeibaar het geluk najagen. Kunnen we dat niet, dan worden we 'patiënt' genoemd en moet er analyse, diagnose en vaak ook medicatie aan te pas komen. Mij lijkt het ook waardevol om te proberen te aanvaarden dat de dalen iets betekenen. Voor mij helpt het dan trouwens om een beetje gitaar te spelen of muziek op te zetten.

Track #2: Het meisje uit het lied

Er zijn talloze iconische songs die alleen maar een meisjesnaam als titel hebben, van “Suzanne” van Leonard Cohen tot “Lieve Jacoba” van Kris De Bruyne (al is die tekst natuurlijk van de sublieme Jan Arends).
Soms vraag ik mij dan af hoe het ondertussen zou zijn met het meisje in kwestie. Maakt zij nog deel uit van het universum van de zanger? Is er nu nog iemand die voor hen eens een lied schrijft, nu ze iets minder jong en strak in het vel zijn?
“Het meisje uit het lied” moest een soort sequel worden op drie liedjes: “Mia” van Gorki, “Irene” van De Mens en “Satelliet Suzy” van Noordkaap. Een warm eerbetoon ook aan de heilige drievuldigheid van de Nederlandstalige rock. Drie groepen die toonden dat in het Nederlands zingen de kwaliteit van de songs niet in de weg zit. Drie tekstschrijvers ook die in hoge mate mijn pubertijd gekleurd hebben.
Ik schreef het lied in juni 2014, nam het op in oktober van datzelfde jaar en mixte het definitief af in de laatste week van november, een week voor het plotse overlijden van Luc De Vos. Ik zat in de studio toen ik het nieuws hoorde. Door de loop der gebeurtenissen zal men “Het meisje uit het lied” onvermijdelijk interpreteren als een eerbetoon aan Luc. Dat mag zeker, want hij is wellicht de allergrootste tekstschrijver die we ooit gehad hebben. Maar het gaat dus eigenlijk over vergeten meisjes die ooit in liedjes bezongen werden. Ook soms in mijn liedjes ;-).

Track #3: Ik hou je warm

"Ik hou je warm" is een liefdesverklaring, niet meer maar zeker ook niet minder. Uit gebrek aan een betere omschrijving zal ik eraan toevoegen: een liefdesverklaring aan iemand met een mooie ziel. Of ook: iemand die mij energie geeft in plaats van er op te slorpen. Achteloos bijna, zonder erover na te denken. Iemand die soep maakt waaraan ik die soms verkleumde ziel van mij kan warmen.
En oké, ik hoor ze ook wel hoor, de fluisterstemmen die zeggen dat de meeste liefdes een houdbaarheidsdatum hebben. Maar "de meeste liefdes" is niet hetzelfde als "alle liefdes". Dat verplicht ik mijzelf om te geloven, want ik ben een grote fan van de liefde. Ik denk oprecht dat de wereld veel beter af zou zijn als iedereen een goed lief zou hebben. Dus: wie er één heeft, koester hem/haar. Wie er geen heeft: ik wens het u oprecht en van harte toe. Als de liefde niet bestond, dan was de wereld echt en voorgoed naar de knoppen.
Verder is dit muzikaal een onverholen eerbetoon aan de muziek van Eels, mijn steun en toeverlaat in moeilijke tijden, maar ook de soundtrack bij warme zomers en frisse meisjes.

Track #4: De zwaartekracht

Rust is voor mij een essentiële factor om iets te kunnen maken. En die rust is er heel vaak niet, in onze immer voortjakkerende wereld, waarin er om de minuut getweet en gefacebookt moet worden, anders bestaan we zogezegd niet.
(O ironie, trouwens, dat ik dit allemaal online deel). Begrijp me dus niet verkeerd, ik vind het een fantastisch medium, maar soms, als mijn brein dreigt over te koken, dan log ik met veel plezier uit van de digitale wereld. En dan verdwijn ik voor enkele weken naar mijn kleine heiligdom waar niemand mij stoort en niemand iets van mij wil. Dat heiligdom ligt natuurlijk niet echt, zoals ik in het lied zing, op de bodem van de zee. Maar er passeert daar wel regelmatig een zeemeermin. Dát wel.

Track #5: De jaren verstand

Op muzikaal vlak ben ik erg blij met dit nummer omdat ik weet dat het voor veel mensen zal klinken als iets wat ze niet van mij verwachten. Dat is goed, want niets is zo erg als voorspelbaar worden. Toch vind ik het ook heel erg vintage Jonas Winterland.
De eerste regels zijn – niet echt verwonderlijk – ’s nachts geschreven in een welbepaalde toestand en in een welbepaald station, toen het al te laat was om mijn laatste trein naar huis te halen en nog te vroeg voor mijn eerste. Wachten was dus het enige wat ik kon doen, en nadenken. Bijvoorbeeld over het feit dat ik toch nog steeds veel stommiteiten bega, waarvan ik dacht dat ik ze nu al zou ontgroeid zijn. "De jaren van verstand" gaat over een soort verlangen naar “volwassen” gedrag, maar de muziek spreekt dat verlangen vrolijk tegen. Dat is ook ongeveer hoe ik er in het echte leven over denk: soms zou het wel handig zijn, iets vaker de “verstandige” oplossing kiezen. Maar het zou ook zo saai zijn!

Track #6: Niemand lijkt op jou

Over sommige songs moet je eigenlijk niet te veel vertellen, en dit is er zo één. Behalve misschien dat ik er een diepgewortelde angst probeerde mee te bezweren. De dag dat ik dit lied in de studio moest inzingen, was ik – al zeg ik het zelf – nogal goed bij stem. Het liep als een trein en we namen de ene na de andere goeie zanglijn op. Tot we aan “Niemand lijkt op jou” begonnen. Toen brak ineens mijn stem halfweg het eerste refrein omdat ik overmand raakte door emoties. Het was meteen gedaan met zingen voor die dag. (Later heb ik de zang natuurlijk wel nog eens opnieuw gedaan.)

Track #7: Wie ik ben en hoe ik heet

Als ik uit mijn nieuwe plaat maar één lied zou mogen kiezen dat de tand des tijds mag overleven, dan zou ik voor dit nummer kiezen. Ik schreef het nadat ik een documentaire van Louis Theroux gezien had over dementie, een thema waar ik helaas maar al te vertrouwd mee ben. Het begon eigenlijk allemaal als een gezellige tv-avond, met een glas wijn in de hand en een mooi meisje dat aan mijn zijde zat te spinnen. Toen begon ineens die documentaire en na een half uur zat ik ineens geluidloos te huilen. Zonder het zelf in de gaten te hebben, nota bene. Ik merkte het pas toen het mooie meisje in kwestie vroeg wat er scheelde.
Wat een vreselijke, misselijk makende gedachte, dat de mensen die je het meest dierbaar zijn gewoon uit je geheugen gewist kunnen worden. Alsof je een harde schijf leegmaakt. Of omgekeerd: dat je zelf uit het geheugen van je dierbaren zou gewist worden. Die gedachte was te veel voor Korneel, dus moest dit lied er komen. Het arrangement komt trouwens van de fantastische Pieter Van Dessel, beter bekend als Marble Sounds. En daar ben ik nog geen klein beetje trots op!
(De documentaire heet overigens "Extreme Love: Dementia" en is - als ik niet duidelijk genoeg was - een absolute aanrader.)

Track #8: Gelukkig zijn wij niets

Een titel die deprimerend lijkt, maar allesbehalve zo bedoeld is. Daarom ook dat de muziek zo vrolijk en uptempo is. Denk aan de maanreiziger die vertelde hoe ze daarboven veel over de maan geleerd hadden, maar eigenlijk nog meer over de aarde. Het feit dat je van op de maan de hele aardbol achter je duim kon doen verdwijnen, maakte hem heel erg bewust van onze nietigheid als soort. We zijn met z’n allen - 7 miljard mensen - maar een stofje in de kosmos. Meer niet. En net dat besef gaf hem een immens gevoel van bevrijding. Welnu, beter kan ik niet uitleggen waarom mijn tweede plaat heet zoals ze heet.

Track #9: Als God te veel gedronken heeft

Een lied over de zinnige dingen die een beschonken mens soms kan uitkramen, uiteraard tussen heel veel onzin door. Gerard Reve, één van mijn favoriete schrijvers, zei ooit dat God wel bestaat, maar meer drinkt dan goed voor hem is. Zelf heb ik er geen flauw idee van of God bestaat. Wat ik wel weet: als ik vandaag in zijn schoenen stond, zou ik wellicht wel een drankprobleem ontwikkelen.

Track #10: De krekels in mijn oor

Al ruim 7 jaar lang heb ik last van tinnitus of oorsuizen, d.w.z. een permanente fluittoon in één of beide oren. Een typische muzikantenziekte, alleen heb ik het al van lang vóór ik met muziek bezig was, ben altijd met beschermende oordopjes naar optredens geweest en bovendien maak ik nu niet echt het soort muziek waar je snel doof van wordt.
Gewoon dikke pech, dus. Vooral de eerste jaren was het erg zwaar om te dragen en heb ik een paar keer op de rand van een inzinking gestaan. Niet alleen heb je het gevoel dat je nooit meer tot rust kan komen. Het is ook heel moeilijk te aanvaarden dat ‘stilte’ iets van vroeger is geworden. Bovendien hypothekeerde het mijn muziekplannen. Ik dacht dat ik nooit professioneel muzikant zou kunnen worden. Gelukkig heb ik het nu min of meer onder controle, zowel fysiek als mentaal. Ik heb geaccepteerd dat de ‘piep’ er is en niet meer weggaat.
Eén van de oorartsen bij wie ik zonder succes naar een magische oplossing ben gaan zoeken, suggereerde mij ooit dat ik er misschien eens een nummer over moest schrijven. Toen wou ik hem eigenlijk een mep in zijn gezicht geven, maar kijk: 7 jaar later is dit lied er, en het vat voor mij perfect samen hoe ik er tegenover sta. Ja, ik heb nog altijd schrik voor hoe die hatelijke aandoening verder zal evolueren. (Daarom schrijf ik ook nummers alsof mijn leven ervan afhangt.) En ja, het blijft iets wat soms zwaar om dragen is. Maar intussen weet ik ook dat leven met tinnitus geen hel hoeft te zijn. Er bestaan strategieën om ermee om te gaan. En in de armen van een geliefde liggen helpt ook (bijna) altijd.