Het verhaal achter elke song

Song #1: 'De figurant'
Ik merk dat mijn songs vaak bevolkt worden door personages die zich aan de schaduwkant van het bestaan bevinden: beschadigde, kwetsbare of minder fortuinlijke mensen. Ik denk dat het komt omdat ik weinig affiniteit heb met perfectie. Wat is daar in 's hemelsnaam interessant aan? Meer nog: mensen die laten uitschijnen dat bij hen alles op rolletjes loopt, geloof ik gewoon niet. Iedereen heeft barstjes in zijn pantser.

Dat thema komt het meest expliciet tot uiting in 'De figurant', over een man die zijn vrouw verloren heeft en daar niet mee kan omgaan. Toen het arrangement was uitgewerkt door klankwizzard Wim Janssens, was het voor Jo Francken en mij meteen duidelijk dat dit nummer de openingstrack van het album moest worden. Ik denk zelfs dat we daar nooit expliciet over gepraat hebben, maar het gewoon altijd stilzwijgend vooraan hebben gezet.

Overigens inspireerde 'De figurant' twee filmmakers - het team dat later de videoclip van 'Altijd halverwege' zou maken - tot een prachtige kortfilm die ik zeker nog online zal plaatsen als de tijd er rijp voor is. Voorlopig moet u het nog even doen met de muziek. En met de figurant, die altijd door de straten loopt waar de meeste regen valt.

Song #2: 'Mensen zijn gemaakt van dun papier'
Ook al ben ik een enorme twijfelaar en schrap ik daardoor meer dan ik schrijf, er zijn gelukkig ook momenten dat je zelf voelt dat je op iets waardevols gestoten bent. Die momenten zijn belangrijk als je het als liedjesschrijver wil volhouden.

Het lied ‘Mensen zijn gemaakt van dun papier’ heb ik pas vlak voor de cd-opnames geschreven, maar moest voor mij absoluut nog op de plaat. Een uur nadat het af was, mailde ik in mijn overwinningsroes de allereerste ruwe opname van het lied (stem, akoestische gitaar en een toevallig voorbij rijdende bus) meteen naar de manager van Raymond van het Groenewoud met de vraag of Raymond het zou zien zitten om het nummer samen met mij op te nemen.

Twee seconden nadat de mail verstuurd was, had ik al spijt van mijn overmoed. Maar kijk, het zal toch waar zijn wat ze zeggen: het leven is aan de durvers. ’s Anderendaags kreeg ik een sms van monsieur Raymond met de kernachtige boodschap: “Prachtig lied. Ik ben blij.” Kort daarop belden we met elkaar om agenda’s samen te leggen en was het in kannen en kruiken. Er werd toen in Leuven menig gat in de lucht gesprongen, dat kan ik je wel vertellen.

Over het lied zelf: behalve twee broers heb ik ook twee jongere zussen. Zusjes. (Intussen zijn het allebei mooie, sterke jonge vrouwen geworden, maar voor een oudere broer blijven zussen altijd zusjes.)

Ik schreef ‘Mensen zijn gemaakt van dun papier’ toen mijn jongste zusje een heel zware, donkere periode doormaakte. Dat maakt het voor mij een heel persoonlijk lied, maar uit de reacties merk ik telkens weer dat het ook voor veel andere mensen iets betekent. Voor mij gaat het ook niet alleen over mijn zus, maar over de kwetsbare kant van iedere mens. Vaak is er maar één tikje nodig om de sterkste mens te doen verkruimelen tot een hoopje ellende. Heb ik meer dan eens met eigen ogen gezien.

‘Mensen zijn gemaakt van dun papier’ is de albumtitel geworden omdat het een vlag is die de lading dekt, omdat het mijn persoonlijke favoriet is en omdat ik er heel trots op ben.

Song #3: 'Altijd halverwege'
‘Altijd halverwege’ was voor de meeste mensen wellicht de eerste kennismaking met mijn muziek. Het was mijn allereerste officiële single (24 september 2012) en hij werd – tot mijn opluchting – vrijwel meteen warm onthaald door Radio 1 en 2.

Je eerste single is natuurlijk een soort van visitekaartje en moet het publiek duidelijk maken wie je bent en waar je voor staat. Niet makkelijk om dat allemaal uit te drukken in één lied van nauwelijks 3 minuten, maar ik denk nog steeds dat 'Altijd halverwege' de juiste keuze was.

Lennaert Maes, goede vriend, fan van het eerste uur en tegenwoordig een succesvol cabaretier in Nederland, heeft mij ooit eens gezegd dat ik echt "een zanger van de liefde" ben. Ik vermoed dat ik toen nog een flink stuk naïever en dromeriger was dan nu en uiteindelijk valt het qua aantal pure liefdesliederen nogal mee op de plaat, maar ‘Altijd halverwege’ is er natuurlijk één van het zuiverste water.

Stel dat je een heel goede vriendin hebt. Stel dat ze ook je beste maatje is aan wie je bijna alles toevertrouwt. Stel dat je niet ongevoelig bent voor vrouwelijk schoon en dat zij toevallig een prachtige vrouw is. De geest is zwak en het vlees nog zwakker, dus op een dag heb je het zwaar zitten. Tot over je oren. Niet meer eten, nauwelijks nog slapen, aan niks anders kunnen denken... Enfin, het complete gamma van de verliefde stakker.

Dan zijn er twee mogelijkheden: open kaart spelen en daarmee riskeren om alles te verknoeien, of je mond houden en hopen dat het 'wel zal overgaan'. ‘Altijd halverwege’ gaat over die naïeve tweede optie. Niet de beste keuze, weet ik nu. ;-)

Het intrigerende arrangement is bedacht door Wim Janssen en de blazers en strijkers door Koen Tote.

Song #4: 'Maak me wakker voor ik slaap'
Dat ik een (Nederlandstalige!) dEUS-cover zou uitbrengen, was al in de kranten verschenen nog voor mijn plaat uit was. Vooral dat het om een vertaling in onze moedertaal ging, had blijkbaar de aandacht getrokken. Ik heb in interviews al praktisch alles over die cover verteld wat erover te vertellen valt, maar omdat ik beloofd had ieder nummer van mijn plaat te bespreken, zet ik nog eens alles op een rijtje. :-)

Wat Tom Barman zijn reactie was: een sms’je met “Schone cover, Jonas! Groeten, Tom Barman.” Tom en ik lopen elkaars deur niet plat, hebben elkaar zelfs nog nooit ontmoet, maar ik was wel heel blij met zijn goedkeuring.

Waarom ik ‘Wake me up before I sleep’ vertaald heb: omdat het één van mijn lievelingsnummers is en omdat ik denk/hoop dat ik iets nieuws met het oorspronkelijke nummer gedaan heb. Een copy/paste cover boeit mij eigenlijk niet en de kans is heel erg klein dat ik ooit nog een cover zal opnemen. ‘Van je helden blijf je beter af’ is één van mijn principes, maar tegen elk principe moet je volgens mij minstens één keer zondigen. Bij deze.

Waarom die cover op mijn plaat staat, tussen voor de rest allemaal eigen songs: de eerste drie platen van dEUS – ‘Worst case scenario’, ‘In a bar under the sea’ en ‘The ideal crash’ - zijn mijlpalen, hebben mij muzikaal opgevoed en de microbe om zelf songs te schrijven in mij aangewakkerd. Ik vond mijn cover daarom een passend eerbetoon, maar ook een statement: dit zijn mijn roots.

Tenslotte vind ik het ook niet meer dan gepast om u te wijzen op de formitastische gitaarsolo van Tom Vanstiphout. Telkens als ik die hoor, word ik heel gelukkig. En voor de dEUS-fans: aangezien ik er zelf ook één ben, weet ik dat jullie fanatiek zijn (en dat siert jullie). Daarom nog even zeggen dat ik ook ‘My sister = my clock’ ken, maar niet vermeld heb bij de hierboven opgesomde 'eerste drie platen’ omdat 'My sister = my clock' toch eerder experiment was dan een voldragen album. Daar mag over gediscussieerd worden. :-)

Song #5: 'Naar het licht'
Als ‘Maak me wakker voor ik slaap’ mijn eerbetoon aan dEUS was, dan is ‘Naar het licht’ – zeker muzikaal – een eresaluut naar misschien wel mijn grootste held: E van Eels. Misschien zullen weinig mensen die link spontaan leggen omdat E in het ‘Amerikaansch’ en ik in het ‘Vlaamsch’ zing. Ik ben onvoorwaardelijke fan en koop blindelings elke nieuwe cd van Eels, vanaf 1996 (‘Beautiful freak’) tot nu (‘Wonderful, glorious’).

De eerste inspiratie voor de tekst kreeg ik tijdens een concert van Leonard Cohens zogenaamde afscheidstournee, toen ik merkte dat hij wel heel vaak zingt over ‘het beest met de twee ruggen’, zoals een enthousiaste dame het op de site van Radio 1 formuleerde. Alleen doet hij dat – in tegenstelling tot heel veel anderen – op een bijzonder elegante en subtiele manier. Het idee voor het refrein kreeg ik dan weer toen ik volgende passage las in een boek van Murakami:

‘Elke keer probeerde ik, starend naar de lichtdeeltjes die door de stille ruimte dwarrelden, mijn eigen hart te doorgronden. Wat wilde ik eigenlijk? En wat wilden anderen van mij? Maar ik vond geen antwoord dat voor een antwoord door kon gaan. Soms stak ik mijn hand uit naar de lichtdeeltjes die door de leegte zweefden, maar mijn vingertoppen raakten niets.’ (Overgekribbeld uit mijn notitieboekje, waarschijnlijk uit ‘Norwegian Wood’ van H. Murakami.)

Song #6: 'Niemand vraagt zich af'
Dit is één van de oudste songs op het album. Ik ben ooit eens een tiental nummers - waaronder deze - in demoversie gaan opnemen in de homestudio van de Leuvense singer-songwriter Geert Maris, beter bekend als Nona Mez. Een mooie dag was dat, met veel goede vibes. Geert is heeft precies datgene wat ik mis bij veel songschrijvers, namelijk dat je aan zijn songs voelt dat ze voor hem even noodzakelijk zijn als ademen.

Ik leerde zijn muziek kennen door de plaat ‘Out of touch’, nog steeds een veelgedraaide klassieker ten huize Winterland. Zijn extreem persoonlijke schrijfstijl heeft mij gepusht om verder te durven graven dan ik in mijn eerste songs deed.

Geert heeft mij een paar keer gezegd dat ‘Niemand vraagt zich af’ zijn favoriete Winterlandsong is, ik vermoed omdat het lied – zoals veel van zijn eigen songs – nogal persoonlijk en rauw is. Het zal weinigen ontgaan zijn dat het eigenlijk een begrafenislied is, maar er zit ook veel opgekropte woede in. Voornamelijk ten opzichte van mensen die bij een overlijden de gapende wonde minimaliseren met zweverige bullshit als ‘het moest zo lopen’.

Als iemand kiest voor dat soort boeddhistische aanvaarding van de dingen, mij goed. Maar ik kies ervoor om mijn kop niet in het zand te steken en de pijn wél te voelen, want verrassing: pijn is een deel van het leven. Geef me daar verdomme de ruimte voor.

Het arrangement voor dit nummer werd overigens gemaakt door Douglas Firs. Tjokvol talent, die gast. Check zeker zijn debuutalbum ‘Shimmer and glow’.

Song #7: 'Ogen dicht'
‘Ogen dicht’ is het allereerste Nederlandstalige lied waar ik helemaal tevreden over was. Ik schreef het net na een intensieve workshop songwriting van een week. De man die de cursus gaf was wijlen Bram Vermeulen. Op het einde van die week nam hij mij apart voor een vaderlijke speech waarin hij zei hij dat ik ‘groter was dan mezelf’ en dat ik mijn songs serieus moest nemen in plaats van mij achter allerlei excuses te verstoppen. En bovendien vond hij dat ik straffer was in het Nederlands, iets waar ik op dat moment nog niet van overtuigd was.

Bram vertrok op vakantie naar Italië, met de belofte dat hij mij zou contacteren als hij terug was. Ikzelf bleef thuis nog even doorsurfen op de energie van de voorbije week en opeens kwam het lied ‘Ogen dicht’ bovendrijven. Ik stond te popelen om het aan Bram te laten horen, toen mij het bericht bereikte dat hij in Italië overleden was.

Wat hij bij mij persoonlijk achterliet, was een sterk gegroeid geloof in eigen kunnen en de vastberadenheid om door te gaan met muziek maken. En telkens als ik een nieuw lied af heb, stel ik mij de twee vragen die Bram altijd stelde: wat wou ik zeggen en heb ik dat ook gezegd?

Song #8: 'Onder vreemde wolken'
Het leven is een aaneenschakeling van donkere en lichte dagen. En zo is het goed. Ik denk dat alleen maar sunshine, lollypops & rainbows mij geen gevoel van compleetheid zouden kunnen geven. Zonder mijn donkere dagen zouden mijn lichte dagen overigens ook niet zo licht zijn.

Afgaande op mijn songs zou je kunnen denken dat de donkere dagen stevig in de meerderheid zijn, maar dat klopt niet. Wat wel een feit is: een songwriter grijpt sneller naar zijn gitaar tijdens donkere dagen, bijvoorbeeld die waarop ik ‘Onder vreemde wolken’ schreef. Het is een lied over het soms verschroeiende verlangen om te verdwijnen: om tabula rasa te maken met het verleden en ergens anders compleet vanaf nul te herbeginnen. Zonder de ballast van je eigen naam, zonder verwachtingen over wat moet en hoort.

Gelukkig zijn er op dit moment meer dan genoeg factoren die mij ervan weerhouden om dat plan ook daadwerkelijk uit te voeren. Er zijn mijn geliefden, maar ik moet bijvoorbeeld eerst nog een stuk of tien platen maken. :-)

Song #9: 'Land zonder bergen'
Het is een misverstand dat muzikanten hun inspiratie alleen in hun favoriete muziek en in hun eigen leven vinden. Toegegeven, dat zijn belangrijke bronnen maar voor mij kan alles wat ik zie, hoor of lees een vonk doen ontstaan, waaruit dan later een lied groeit. Vooral films en boeken blijven vaak hangen.

Ik hou van taal, heb daarom ook literatuur gestudeerd en er ligt altijd een stapel boeken op mijn nachtkastje, klaar om gelezen te worden. Niet verwonderlijk dus dat er af en toe iets in mijn songs doorsijpelt. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat er een song van mij ‘De figurant’ heet, terwijl Arnon Grunberg een roman heeft met de titel ‘Figuranten’.

Hugo Claus is nog een geval apart: niet alleen ben ik een bewonderaar van zijn poëzie en proza, maar ik kijk ook op naar zijn persoonlijkheid. Deze Reus der Vlaamse Letteren, on-Vlaams in zijn ambitie en zelfverzekerdheid, wereldburger maar tegelijk door en door opgetrokken uit West-Vlaamse klei, deed consequent waar hij zin in had, schopte tegen alle heilige huisjes van zijn tijd (de katholieke kerk, het koningshuis,…) en had lak aan moraalridders en critici. Hij schreef niet om door de staat of de smaakpolitie geëerd te worden, maar om mooie vrouwen te behagen. En omdat hij het gewoon erg goed kon, haast spelenderwijs.

Ik maakte ‘Land zonder bergen’ terwijl op de achtergrond de televisie beelden toonden van de uitvaartplechtigheid van Claus, al het gaat natuurlijk vooral – dat had u al kunnen vermoeden – over België. Dat vlakke land waarin wij ons zo druk maken over futiliteiten. Waar men liever heeft dat je de lat te laag legt, zodat je er zeker over geraakt. Het land waarover Brel zo mooi zingt dat de kathedralen onze enige bergen zijn.

Misschien was het niet slecht geweest als we minstens één berg hadden gehad. Dan konden we elk om beurt eens op die top gaan staan, diep ademhalen en daarna rustig van op een afstand kijken naar ons dwaas gewoel en gekonkel. Om dan samen met Claus tot de conclusie te komen dat België één groot dorp is, dat zich meestal de wereld waant.

Song #10: 'Dagen zonder lief'
De afsluitende song van mijn plaat moest – dat stond voor mij op voorhand vast – muzikaal en tekstueel een rustpunt worden. Wat dat eerste betreft: stem, akoestische gitaar en een paar druppelende nootjes piano. En tekstueel: niet te zwaar op de hand (de luisteraar heeft intussen al één en ander op zijn bord gekregen).

‘Dagen zonder lief’ heeft niets te maken met de gelijknamige (maar wel fantastische) film, en is een eenvoudig liefdeslied over samen zijn met een fris Hoofdlettermeisje, maar niet samen wonen. En het praktische probleem dat daaruit volgt: je leven over twee huizen moeten verdelen.

Ik zing terloops ook wel iets dat verband houdt met mijn nogal late debuut: het was voor mij niet in meteen duidelijk dat ik op een podium wou kruipen, onder meer omdat ik twijfelde over mijn zangcapaciteiten. Tot ik besefte dat de zangers die mij het diepst raken helemaal niet de meest geschoolde zangers zijn. Tom Waits, Bob Dylan, Eels, Nick Cave, Tom Barman,…: ze zouden de eerste ronde van The Voice Van Vlaanderen nooit overleefd hebben. Wat meteen ook de waardeloosheid van dergelijke programma’s bewijst, moest dat nog nodig zijn.

Sommige zangers schrijven songs om te kunnen optreden, ik treed in de eerste plaats op omdat ik songs blijf schrijven en die kwijt moet. Vandaar: ‘Ik ben geboren in de schaduw/als een zanger zonder stem/tegen wil en dank moet ik gaan zingen/voor mensen die ik helemaal niet ken.” Maar omdat u zo warm reageerde, doe ik het intussen zo graag dat ik er niet meer mee kan ophouden. Tot ik op een dag uitgezongen ben, natuurlijk.